115
vreemd... ik kon er om huilen zoo’n trek als ik nu plotseling in gebraden taling had... in boter gebraden en eventjes bruin, niet bruiner dan een oude cent...”
Ik word teruggeleid naar een andere kluis. Is het een hoffelijkheid van de directie van de gevangenis, dat zij mij telkens van kluis doet veranderen, zoodat ik gelegenheid krijg een groot aantal „typen” te ontmoeten. Of is het een voorschrift, opdat tusschen de tot hechtenis veroordeelden geen te nauwe banden van kameraadschap zullen worden gesloten? Ik tref in de nieuwe kluis, die zich door niets van de vorige onderscheidt, een vriend van Vos, den beruchten in- en uitbreker aan, die thans nog voortvluchtig is, en mijn oude vrienden Prak en Bron, de twee landloopers. Ik heb spoedig met den vriend van Vos kameraadschap gesloten en het duurt geen uur voor ik te weten ben gekomen op welke wijze een man, in welke gevangenis hij zich ook bevindt, kan uitbreken.
Als men ’t hoort is het ’t ei van Columbus, maar juist daarom acht ik het nuttiger het middel niet openbaar te maken. Want het zou een verraad zijn aan mijn „kameraden” en ook weder anderen tot het middel hun toevlucht doen nemen. Dus bewaar ik het geheim zorgvuldig voor mij-zelf, maar de vlucht van Vos lijkt mij nu zeer eenvoudig en de bewakers treft in dezen geen schuld. Want omkooperij was er niet bij in ’t spel en het bleek mij later, toen ik met den directeur van het Huis van Bewaring sprak, dat dit middel om gevangenissen te verlaten, ondanks plaatijzeren deuren en grendels, niet aan de autoriteiten bekend is. Trouwens, de trucs van de zg. boeienkoningen, zijn evenmin bij de politie bekend.
Van een truc van leeuwentemmers en temsters kan ik hier echter wel melding maken, ten einde te bewijzen hoe eenvoudig sommige verbazingwekkende toeren zijn.
Leeuwen hebben een afkeer van stinkend aas en lijken. Wanneer nu de leeuwentemmer zich met een