Op water en brood

Titel
Op water en brood

Jaar
1916

Pagina's
198



101

Hij maakt scheepjes groot en klein,

Hij wint nog geldegie genoeg voor mijn. Voor al mijn kwalen en al mijn pijn,

Geen ander dan hij zal het zijn.

Meisken, dan moet gij naar den dokter gaan, Om van uwe kwalen af te wezen.

Moeder daar ben ik al lang geweest,

Die kan mijn niet meer genezen,

De dokter zeit tegen Mei,

Ben je al je pijnen kwijt,

Dan is je kwaal genezen.

Dan zal je krijgen een kindje klein,

En een poppie om mee te spelen,

Maar nu moet er alles bij de hand,

Doekkies, luurtjes, borstrokkies,

Hemmetje, speentjes, navelband,

Zoo zal dat meisken genezen ...

En die boerenkerel moet vader wezen...

Er is vroolijkheid in de kluis. Zoo’n fideele gevangenis hebben ze in langen tijd niet gehad. De boer, dankbaar voor ’t gehoor, begint uit zijn leven te vertellen.

„’k Ben een rijken boerenzeun ’weest. ’k Heb nog centen... Maar ’k heb wel veertigduizend guldens gehad. Alles d’r doorgedonderd met de vrouwen en den drank... Ik orf van een oom een heele boerenbuitenplaats ... liet de notaris de daalders aftellen, nam ze mee en ging op sjouw. Kwam in Amsterdam in een inrichting, waar de fijnste dames zatte... Kocht er een voor driehonderd guldens los, ging met d’r op sjouw naar Brussel en gaf d’r een zij en japon van honderd gulden en zijen hemden, zijen ondergoed... een juwee-len bros en juweelen bellen in d’r ooren. Död is död, dacht ik en ’k zal niet zoo dom zijn as die oom, die ’t voor zoo’n liederlijken knul als zijn neef was, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.