Op water en brood

Titel
Op water en brood

Jaar
1916

Pagina's
198



100

Qekrabt in mijn gezicht,

Ik laat haar door den duivel halen,

Als zij niet doet haar plicht.

Dat wief van mij, een salamander,

Die is verliefd al op een ander,

Op een ander zet zij haar zin,

’k Sla d’r tanden door d’r kin.

Dat wief heit nou haar zin gezet,

Van een spint op een kabinet,

Kijk, daar gaat hij ’t huis voorbij,

Met mijn wief aan zijne zij,

Maar ’k haat hem niet, nu zijn wij vrij,

Komt hij hier, ik ben verheugd,

Want gezelschap is ons grootste vreugd,

Ik ben van d’r af, mijn vreugd is gróót,

Hij zit an d’r vast tot an zijn dód...

De voordracht heeft bij het publiek een groot succes. „Da’s anders dan preeken!”

„Da’s nou een echte, lollige mop.”

„Krijgen wij nog meer te genieten, ouwe heer?” De oude boer snuit zijn neus met zijn vingers, drinkt een kroes water, slaakt de verzuchting, dat het geen klare is en gaat voort:

„Nou krijge jelui een liedje uit den ouwen doos... maar een fijn liedje.”

Kind, gij zijt zoo jong en blond,

Gij zijt zoo losbandig met uw magendom,

Ik zal je trouwen als ik thuis kom,

Maar eerst vaar ik de wereld rond.

Die lieve meid hoort ’s avonds ’t kijven,

Eerst van d’r vaêr, toen van d’r moer,

Van d’r zuster en d’r broer,

Je zult van dien vent afblijven,

Anders zal ik je spreken in tegenspoed,

’k Zal je bastaard maken van je geld en goed. Omdat je me zoo’n verdriet an doet.

Moeder, mijn man hiet,

Kareltje links-om recht,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.