90
afdok... ik heb met jelui allebei gewed... kwamme ze voor den dag elk met d’r zilverling, want ze kènne mij... ’k Had ze zoo naar den duvel geholpen ook... ’k Heb d’r al zooveel naar de andere hel geholpen... ’k Heb Bali en Lombok meegemaakt... Drie expedities ... As ’k de blauwen op een rijtje zag staan die ik weggeblazen heb, dan kon ik de Maasbrug héén en weer bezetten... Dód... alles död ... en we motten allemaal dód... ’k Heb tweemaal een kogel door mijn poot gehad... geloof je ’t niet... dan kijk hier...”
Hij stroopt zijn bombazijnen broek op, laat zijn knap ondergoed zien, toont mij zijn bloote kuit met twee diepe litteekens.
„En ik heb ook vuil van een lilah (een Indisch kanon) in mijn oog gekregen. Maar die mij dat heit gelapt, heb ik zijn bekomst gegeven. Dat was op Bali... daar kreeg ik als tirailleur vuil in mijn oog... maar hield mij goed en schoot drie blauwe jongens van de sokken. Daar was vast de man bij die ’t mij gelapt had. Dód hoor... allemaal död. ’k Had recht gehad op de Militaire Willemsorde, want bij de eerste Lom-bokexpeditie heb ik mijn overste ontzet... ik met twee kameraden. Hij kreeg een schot door zijn buik en viel. Als we hem hadden laten liggen zou ie gitjingtangt zijn... ik met twee kameraden er op af en laten wij hem van uit de vuurlinie gedragen hebben. Mijn pooten waren rood van zijn bloed.”
„En waarom kreeg je dan de Willemsorde niet?”
„Wegens renitentie. De dokter wou mijn oog uit mijn kop nemen, waar vuil van die lilah in was gekomen om er een glazen oog in te zetten. Ik zei, blijf van mijn oogen af, zet glazen oogen in je eigen kop. Wou ie ’t met geweld doen — hief ik mijn hand op en wou ’m een harsenschudding geven. Kreeg ik meteen cachot en was mijn Willemsorde kwijt. Maar mijn oog zit vandaag den dag nog in mijn kop, al kan ik er minder mee zien. Maar ik heb het expeditie-kruis van Bali en de medaille van Lombok... Dertig Nederlandsche