146
hielp niet of ik mijn oogen sloot. Telkens streek er een schaduw langs mijn oogen — licht -— donker — - licht — donker. Een der mannen stond plotseling op en hield de lamp met de hand stil. Ik was hem in stilte dankbaar.
Den gansehen nacht bleef ik wakker en ik was blij, toen ik eindelijk tegen half vijf buiten geschoffel hoorde en op kon staan. Kuiten waren al mannen uit de andere slaapzaal zich aan ’t wasschen aan een soort langen gootsteen.
Ik zag, dat zij zich afdroogden aan een vies lapje en enkelen aan hun boezeroen of met hun jas.
Daar ik meende, als iemand die een kwartje betaald had voor deze ellendige slaapplaats, recht te hebben op een handdoek, ging ik naar den portier en vroeg of hij een handdoek voor mij had.
..Handdoeken hehbén wij hier niet.”
„Maar ik wil er u desnoods extra voor betalen.”
„Kom, wascli je maar zoo. Een gesjochte jongen mot zich weten te helpen.” ■' 1
De gesjochte jongen waschte zich niet, liet de twee sneden brood en de slechte koffie in de ontbijtzaal onaangeroerd en begaf zich weer naar buiten, in den vroegen, frisschen wintermorgen.
Het Leger des Heils is een zonderlinge liefdadigheidsinstelling. Het is ieders recht liefdadigheid uit te oefenen en het is prijzenswaard zich het lot der verstootelingen en zwakken in de maatschappü aan te trekken. Doch het Leger des-Heils, hoe goed ook bedoeld, heeft groote fouten.
Ten eerste : Waar is de rekening en verantwoording van de gelden en goederen, die het Leger, dek Heils ontvangt ?
Van welk geld worden de lokalen gehuurd, de beambten betaald en gekleed (die hier den naam van soldaat, cadet, etc. ontvangen). Van welk geld worden de muziekinstrumenten gekocht? Wordt er geld uit Nederland gezonden naar afdeetingen van het Leger in andere landen? Of omgekeerd, wordt uit andere landen geld naar Nederland gezonden? ! x '- ’ ’ ' ' .
. . Hoe groot is de som gelds, die het Léger ’s'jaafs in ‘Nederland ontvangt? Hoé wordt ze besteed? Hóe groot zijh: dé salarissen van hoogere'en lagere beambten? '• ‘‘1
W'ij hebben hier te doen met e^rtJ groot lichaam. Welk'toezicht bestaat op dat lichaam ?
Het Leger is zeer actief. Maar die activiteit kón het in Den Haag toch niet zoover brengen, dat den ongelukkiger! (waarvan er sorijmigen hier al langer dan vier maanden waren) een eénigszins voldoende slaapplaats werd verschaft. ;j ' . '; j
Het Leger beweert, dat niemand er tof den godsdienst wordt gedwongen. Maar mijn ondervinding is. dat dé godsdienst erfde liefdadigheid bij-het Leger zeer verknocht zijn1. En dit1Zóu‘volkomen''gerechtvaardigd zijn, indien het een inrichflhg11 Wilt,''gélijï bijv. 'het Roomsch-Katholiek weeshuis te Amsterdam, waar alleen katholieke weezen toegang hebben. Maar bij ’t Leger komen armen van alle
01