i6i
schen, ja tot in de paarden, oorlogszuchtige gevoelens, gevoelens van moord en schennis, wakker riepen.
De Harmonischen hadden, geleidelijk aan, alle instrumentale muziek weder afgeschaft en vergenoegden zich met koren, het allerliefst met a capella koren van niet grooten omvang....
Na den maaltijd, als men allen in opgeruimde stemming was, werden in de gezinnen gaarne de meer vroolijke liederen en samenzangen gezongen. Men had ervaren, dat zingen de longen versterkt, de ademhaling oefent, de spijsvertering bevordert, het bloed grootere hoeveelheid zuurstof toevoert, omdat het zingen diep en ruim leert ademhalen en op lichaam en ziel een veredelende werking uitoefent. Ook dat het gemeenschappelijk zingen inniger broeder- en zusterschap tusschen de menschen kweekt.
„Is zingen de eenige kunst, die de Harmonischen beoefenen, Eumeniaï'”
„Neen,zij kennen bouwkunst,sierkunst,beeldhouwkunst, tooneelkunst, danskunst, jongleerkunst. Nadat bij de eerste geslachten alle kunsten uit den booze geacht werden, omdat zij in de maatschappij van voor 1950 zulk een bijna uitsluitend sensueel karakter hadden aangenomen, kwam allengskens in den mensch het besef, dat het volkomen verwerpen van alle kunstuitingen den mensch beneden het dier stelt, daar toch de vogels in hun zang, de paarden
11