i6o
gedachte, rhythmisch te doen klinken, was toen geworden een gruwel van grove, massale sensualiteit. Daar de onreinheid van het geslacht en de kanni-baalsche levenswijze de stemmen bedierf en de enkelen die nog schoone stemmen hadden, deze misbruikten voor wulpsche, veile prikkeling, hadden de menschen als surrogaat voor de stem en het kuische a capella koor, allerlei instrumenten bedacht van hout, koper, dierenhuiden en dierendarmen. Elk instrument poogde op zijn manier de menschelijke stem nabij te komen of te overtreffen en voor wie een zuiver menschelijk gehoor had, klonk elk instrument als een jammerlijke imitatie. Nog erger was het, wanneer al die gefabriceerde, kunstge-luid-werktuigen te samen werden bestreken, beblazen en beslagen onder leiding van één mensch, die naar de hiërogliephen van een ander mensch, waarvan hij al de teekens in een partituur voor zich had, de anderen dwong naar zijn opvatting te strijken, blazen en slaan. De man, die de hiërogliephen het eerst had geschreven was gewoonlijk iemand, die te onontwikkeld om hetgeen hij te zeggen had, in woorden en gedachten te uiten, zijn sensualiteit dikwijls van zeer lagen aard, maar ook zijn wreedheid moordzucht, oorlogsverlangen, vaag in die hiërogliephen had geuit. Het gruwelijkste waren de fanfare-corpsen, welke bestonden uit muzikanten, die op koperen en houten instrumenten krijgsmuziek bliezen en tot in zelfs de meest zachtaardige men-