XVIII.
Nu de fabrieken langzamerhand geen afzet meer vonden voor hun ziellooze producten, gingen de mannen zich op andere bezigheden toeleggen, dan het uitvinden en fabriceeren van allerlei machinerie, of wat langzamerhand verachtelijk „automatica” werd genoemd. De mannen begonnen zelf de meubels voor hun huisgezinnen te vervaardigen en het zelf vervaardigde meubel kreeg dezelfde eigenschappen en had dezelfde uitwerking op den maker en op de leden van het gezin als het zelf vervaardigde kleedingstuk. Men koos er de meest duurzame houtsoorten voor, bij voorkeur goed belegen en uitgewerkt notenhout. De lijnen waren eenvoudig, maar rhythmisch. De verbindingen duurzaam en vernuftig. Ieder ontwierp het meubel voor zijn eigen huis of gezin en bracht er zoo den eigen geest en psyche in. Het zelfvervaardigde meubel gaf den maker voldoening en verwekte bij degenen, die er gerief van hadden, liefde voor den maker en eerbied voor het voorwerp, product van vaders of broeders-ziel, zelf. De vrouwen, die wisten wat goed handwerk was door hare eigen handwerken, konden de door de mannen gemaakte meubels met geheel