148
schors, meekrap en indigo. Men leerde hoe met slechts twee kleuren, groen en roodbruin of zwart en lichtgeel, bruin en diepgeel, een harmonische sfeer in huis en kleeding was te verkrijgen. De bonte zinnelijkheid van huis en kleedij verdween en werd vervangen door statige, kuische ingetogenheid. De kleedij maakte ook de houding en het gebaar weder statiger en dat werd gevolgd door een rustiger zich bewegen, een waardiger zich uiten en een spreken van meer verheven gedachten.