134
en de boodschap der liefde had gebracht.... liefde op de verdoemde, onbewoonbare planeet Terra, waar de onontkoombare wet was, dat leven zich onderhouden moest door het verdelgen van ander leven....
Rondom den God-Koning schreden visschers met hun net, zijn discipelen en aan de poort tot de hoogere levenssfeer stond Piscia, de Godin der visschenwereld en zij weende.... weende over al haar levend gekorven, gestroopte, gekookte kinderen der zeëen, stroomen en rivieren....
Van al de planeten, van al de werelden in de ruimte was er geene zoo ellendig als Terra en haar menschenwereld, aan wie de liefde geopenbaard was als hoogste wet des heelals, maar die deswege des te dieper haarval en verdoemenis besefte, daar de menschen op de wreede aarde, de gruwelijke planeet, alleen konden leven door te dooden en te misbruiken, 't zij den evenmensch, 't zij het dier, hetzij de plant, hetzij wat lang waanwijs de onbezielde natuur was genoemd, maar even bezield was als al het andere, alleenlijk op andere wijze.”
„Arme Rex regum!” kreet prof. Leyden.
„Hoort gij niet, wat Piscia roepti" vroeg Eumenia smartelijk.
Prof. Leyden luisterde.
„Mijn arme kinderen der zeëen en stroomen. Die een visscher der visschen was, kon geen Visscher der menschen zijn!”