129
voort en de menschheid, uitstervend, nam zelfs de moeite niet meer om ze door de sluipgaskogels uit te roeien. Slechts als ze te dicht bij hun nederzettingen kwamen, werden eenige sluipgaskogels uitgestrooid en deze deden dan prompt hun werk. Al wat binnen een bepaalden kring leefde, dier of plant, zaad of kiem, werd doodgeloogd, tot wezen-looze stof verpulverd."
„Dat zijn dus die groote, kale vlakten. En wat beteekenen die ruïnes van groote gebouwen, die ineengestorte fabrieksschoorsteenen, die massa's roodachtige ijzeren werktuigen^"
„Na een toenemen van allerlei soorten fabrieks-producten en kunstmatig voedsel en vermaak, kwamen er geslachten, die ook daaraan geen waarde meer hechtten. Toen iedereen een gramophoon, een electrische piano of electrisch orgel, een elec-trische zijde spin-machine, die van een celluloid-oplossing, coupons zijde spon in alle maten, dikten en kleuren en al de velerlei machines voor nut en vermaak, door de intelligentie uitgevonden, bezat, toonden de menschen zich ten laatste oververzadigd. De vale, vernietigende verveling, zij, de zuster van luiheid en de moeder van wulpschheid, lag als een mist over de menschheid en ten slotte was men ook van wulpschheid oververzadigd. Toen werd de menschheid door een algemeene, groote passiviteit gedrukt. Men hechtte geen waarde meer aan de producten der machinale nijverheid, paste zich aan
9