1x8
chaos het uitspansel had gebaard, waarin ook de aarde, zich zelf beeldend in een spiegelbeeld van Zijn Droom, De Barende schiep, dat is De Moeder. Toen Zeide De Moeder tot die Haar had geschapen: „Scheppende, hoe zal ik naar Uw Beeld Barende zijn, indien niet De Drang daartoe in mij wordt gebracht." En de Scheppende deed over Eva een nieuwen Droom komen en in Dien Droom ontwakende vond zij tegenover zich haar eersteling, waarvan De Scheppende haar had doen bevallen, Adam, den man, die in haar geslacht voortaan den Drang tot baren zou brengen. En De Scheppende zeide: Gij nu, die in één droom tot twee zijt geworden, vereenigt u in verinniging weder tot een nieuwen droom en telkens als gij aldus doet, zult gij uit uwe tweevoudigheid, één wezen in een hoogere macht scheppen. En zoo groeiend in wezen tot wezen, van macht tot macht, zult gij van stof tot geest worden, van geest tot geest in kwadraat, van geest in kwadraat tot geest in kwadraat van kwadraat. Zoo gaat gij voort. Ik wijs u den weg, maar niet het eind. Dit eind zou hij beseffen, die van gindschen boom in het midden van den hof eet. Maar niet van dien boom zult gij eten. Toen kwam de knecht Gods, die afbreekt wat te zwak is om opgebouwd te blijven en in den vorm van een slang naderde hij Adam, ten einde te zien of hij hem afbreken moest. En hij bood Adam een vrucht van den boom midden in den hof aan. Adam nam de vrucht aan en at er van. En hij ging