water uit de rots te doen ontspringen, (drank ontvangen zonder een put gegraven te hebben of het zorgzaam te hebben medegevoerd) en ook als Christus brood, wijn en visschen „toovert”, d.i. zonder arbeid of moeite te voorschijn brengt, wordt het meest in hem geloofd.
Welnu, de vrouwen begonnen den bijbel te herschrijven. Zij meenden, dat het God ontwijden was, te veronderstellen, dat de „moeder aller levenden", de erfzonde over het menschdom had gebracht. Zij waren er van overtuigd, dat het Paradijs-verzinsel, waarin aan de vrouw zulk een minderwaardige rol is opgedragen, door de eeuwen heen op de plaats der vrouw in de samenleving, een rampzaligen invloed had uitgeoefend. Niet de vrouw was van den aanvang slecht geweest, maar door den vloek, welke door het verzinsel van den Paradijs-mythe schrijver over de vrouw was gebracht, waren zoovelen harer door de eeuwen heen in de verachting neergedrukt, ten laatste ontaard. Gevolg werd met oorzaak verwisseld. En al de vele vrouwen, die juist het tegendeel waren geweest van de carricatuur der vrouw, in het Ooster-sche fabelboek geschetst, bewezen de dwaling ten aanzien der van den in barbaarsche tijden levenden auteur van Genesis.
Zoodan kreeg in de eerste lezing van den Bijbel door de vrouw naar vrouwelijke intuïtie opgesteld, de Paradijs-mythe een andere tendenz. Men las daar, dat God, De Droom, nadat Hijzelf uit den