179
zijn eigen lichamelijke kwalen telde hij weinig. Waar was Harimona? Lag ze ook zoo als hij, vastgebonden en versmachtend in een donker hol ? Hij wilde weer roepen maar bedacht zich. Waarom zijn bewakers te wekken? De wijze, waarop zij hem gevangen hadden genomen en hier gevangen gezet bewees voldoende, dat zij hem kwaad wilden. Wie waren zijn gevangennemers? En hoe hadden ze hem zoo kunnen binden, zonder dat hij ontwaakt was?
Het zware, doezelige gevoel in zijn hoofd, de dorst gaven hem een aanwijzing. Hij moest zeker te voren door kruiden-damp bedwelmd zijn geworden.
Sogol bracht zijn hoofd wat naar voren en berook zijn naakte, harige borst. En hij herkende den geur van ’t ginne-blad, dat ook op feestdagen gebrand wordt in de heilige hagen, waar de priesters en priesteressen zich er door laten verhitten en dan tot zinneloozen lust worden geprikkeld. Maar wie te veel van den rook van 't geroosterde ginne-blad opsnuift, verliest het bewustzijn en valt in een diepen slaap, waaruit men niet altoos ontwaakt.
Hij was dus gevangen genomen öf door priesters of door vrouwen. Want mannen, zelfs de meest schunnige roover, zou een vijand niet op deze wijze onschadelijk maken.
Maar hoe lang had hij geslapen? En waren zijn gevangennemers wellicht overtuigd geweest, dat hij den doodslaap wel slapen zou en hadden zij hem hier zoo gebonden, levend in een graf gelegd?
Weer wilde bij schreeuwen, maar zijn instinct hield hem ervan terug. Neen, hij moest voorloopig zwijgen en stil onderzoeken. Hij was nu al zoo ver, dat hij wist, waardoor hij bedwelmd was en iets kon vermoeden van de persoonlijkheid zijner vijanden. Een poosje lag hij stil om tot rust te komen. Zoo hier te blijven liggen en te sterven ... was dat wel zoo vreeselijk ? Die korte tijd van honger en dorst zou niet eeuwig duren. Maar wat dan?