96
„Ziet eens hier____de draak was niet zoo lang als ik
dacht.... hij was in ’t midden doorgebroken____Daar lag
zijn kop____Daar lag zijn kop----en hier zijn staart....
Ik zal eens peilen waar zijn achterdeel begint. Maar toen hij zijn zwaard een eind verder in den grond stak, moest
hij ’t ijlings terugtrekken en loslaten____zoo warm werd
het onder den grond. Daar borrelde de trage, dikke, zwarte massa nog op kookhitte.
Sogol tornde een paar draden uit het onderkleed van Harimona, draaide ze tot een pit en doopte ze in de gloeiende massa. Toen liep hij een eind terzijde en hield de pit tegen een smeulende tak, die hij tot een vlam aanblies.
De pit vatte vlam en brandde spoedig helder op. Sogol wierp haar op den grond en trapte haar uit.
„Haun heeft gelijk gehad----ievervet en tanden als een
bul.... die draak is geen draak geweest----dat was een
groot dier.... een heel groot dier____Maar waar is het
vandaan gekomen? De kop zal wel ’t meest op dien van
een reuzensalamander hebben geleken____ zie di wel
Harimona____ denzelfden vooruitstekenden bek____maar
deze hier heeft tanden gehad, platte tanden gelijk het
goedmoedige vee____Het is zijn vet, dat gebrand heeft...
die zwarte brei is zijn vet geweest.... zooals het varken in een vetlaag zit....”
„Waarvan zouden die knallen gekomen zijn?” vroeg Harimona. Nu zij dicht bij den kop stond, de reusachtige beenderen zag, zonder vrees thans nauwkeurig toekeek, begon ook zij aan de echtheid van den draak te twijfelen. Zeker, haar geliefde had gelijk. Wanneer Maresag den draak zou ontdekt hebben zou hij hem gebruikt hebben om het volk vrees en ontzag in te boezemen. Hoe eerlijk was haar geliefde. Indien hjj den kop van den draak had medegenomen, gindsch in zjjn rijk gestoft zou hebben op zijn gevecht met den draak en de verovering, zou hij zeker begroet zijn als de moedige prins, die den gruwelyken