85
Wilt du mi helpen?.. Ik denk zoo... wanneer 't vriestyd wordt, zal het te laat zijn en als de stormen komen wordt de draak onder ’t zand bedolven en als de bliksemspeer in ’t boschje zwiert, kan alles verbrand worden.”
„De tyd dringt, Sogol. Du zult in dijn vaders koninkryk een andere koning vinden, die di zal weerstaan..
Ik zal mijn Nervieërs wel weten te herwinnen... en du zult mi helpen ...”
„En als de koude ons hier overvalt. Wij hebben nog wel vier nachtreizen *) af te leggen, voor wij aan uws vaders gebied komen.
Hij keek treurig.
„Als wij een gedeelte opgroeven?” vroeg hij. „Wanneer ik een gat groef in ’t midden van de gewelfde lijn, dan zeker zou ik den omvang van ’t dikste gedeelte van ’t lichaam kunnen opdelven. En den maag openen om te zien,
wat de draak gegeten heeft____ menschen, kobolden
of.... of....”
Hij weifelde, het woord uit te spreken.
„Wat meent di?” vroeg zy.
„Of gras----gelijk een koe----”
„Dat hoopt di?” vroeg zij ondeugend.
„Ja----dat hoop ik____want mij is een gedachte door
't hoofd gevaren.”
Hij zweeg en zij wachtte zonder te vragen op zijn antwoord.
„Een doode draak,” ging hij voort, meer in zichzelf sprekend dan tot zijn geliefde, „is nog geen levende. Als
hij levend was geweest, ja dan____dan had ik kunnen
zien in 't licht van zijn oogen en ervaren of hij vuur kon spuwen en ontdekken of hij meer verstand had dan een redeloos dier----”
!) Nachtreizen. De oude Germanen rekende bfj nachten, dus dagreis kon hier niet gebruikt worden.