84
meten. Twee honderd groote schreden was de draak lang. Yeel hooger dan de hoogste boom hier in ’t boschje... veel hooger dan ooit een boom, waar ook, gegroeid was...
Maar als dat dier zoo lang was en zoo hoog, hoe zou het dan hier in ’t nauwe boschje, dat zelfs een man nauw doorliet, zich hebben kunnen bewegen? Hij keek naar de boomen rondom... Zij waren allen minstens vijf-en-twintig jaren oud... dus de draak moest al jaren lang dood zijn. Nergens ook was een spoor van gebroken boomen en de schorsen waren nergens afgeschuurd...
Peinzend als altoos, kwam hij terug bij Harimona en zij, gewoon aan zijn peinzerijen, vroeg niets, sneed den haas in deelen en reikie Sogol een bout. Hij stak het geroosterde vleesch werktuigelijk in zijn mond, zijn donkere oogen starend voor zich uit zonder te zien, kouwend het vleesch zonder het te weten... altoos beziggehouden door zijn gedachten.
„Rijden wij verder, meester? waagde Haun ten laatste te vragen.
Harimona zag hem bestraffend aan. Maar Sogol had de vraag niet gehoord en bleef turen, altoos door turen in denkgestaar.
Haun sloop stilletjes weg van ’t vuur en den kop van. den haas nemend, begon hij dezen een eind verder om en om te gooien, om zijn geluk te beproeven. Want als de schedel boven komt, wacht men goede tijding en als de kaak boven komt slechte.
Harimona nam een berenhuid van het leger en legde deze zacht om de schouders van den peinzenden man. Daardoor uit zijn gepeins ontwakend, zag hij haar aan.
„Kind,” vroeg hij, „zouden wij niet gaan eten?”
„Wij hebben al gegeten, liefste!” zei ze met een zachten glimlach, „en du hebt medegegeten... waaraan dacht du zoo ingespannen?”
„Ik denk aan den draak... Ik zou hem gaarne uitgraven..