83
'staart opwaarts? Waren zij voor ’t onweder gevlucht?
Hij mat den afstand tusschen de twee draken.... Een
denkbeeld kwam in hem op____maar hij weifelde om het
aan te nemen____ Neen____ dat kon niet____zoo groot
was een draak niet____dat overtrof alle verhalen van de
sagen----Het was wel de lengte van een wand1).... En
toch---- als kop en staart eens tot denzelfden draak behoorden ____ de ligging was zoo, dat de mogelijkheid kon
bestaan?...
Hij keek met scherpen blik in de richting van den . kop en zijn geoefend oog bemerkte, dat de bodem over dien langen weg voor een deel bol stond, zoo de richting aan-gevend, waarin het lichaam van den draak kon liggen.
Hij vergat het haasje, dat ginds aan het spit braadde, hoewel hij den heelen dag weinig anders dan wat bramen en hazelnoten gegeten had. Bij den drakenstaart zittend, de kin op den greep van zijn zwaard geleund, was hij in nadenken verzonken.
Dat was dus een draak, een echte draak. Ditmaal behoefde hij geen wonderverhalen van anderen te gelooven. De sagen waren dus geen bedrog. Faffner en Kirgold en Frango
bestonden____ Maar als de draken bestonden, dan konden
ook de góden bestaan----Hier lag het geheim ontraadseld
voor hem____ hier aan zijn voeten, weinige vamen onder
den grond____
Hij mocht niet verder reizen____al verloor hij er zijn
koninkrijk door____ wat beteekende een koninkrijk tegen
de doorgronding van dit geheim. Wéten moest hij, voor alles wéten, wilde hij.
Haun blies een paar tonen om hem tot het middagmaal te roepen. Hij blies een paar tonen ten antwoord en liep langs de gewelfde lijn van de grond gaande langzaam terug naar Harimona, tellend zijn schreden om den afstand te
J) Wand = Gewanne, Gewende = 450 voet, de afstand van een ploegwending. (Pfeiffers »Germania” dl. 17).