81
„Ik wou de meesteres wat vragen____ik ben nu al zoo
lang van huis----en ik wou weten of ik vader of moeder
en mijn broertje gezond en wel zal aantreffen____”
„Dat weet ik niet!” lachte Harimona.
„Als du wilde----en eens voor mij keek____daar..
En hij wees, even bang naar Sogol opblikkend, op de darmen van de haas.
„Vervloekt!” stoof Sogol op.
„Ik wist wel, dat de meester het niet zou willen!” zei Haun, half schreiend.
„De meester heeft gelijk Haun. Ik kan niet uit de darmen waarzeggen____”
„En niemand kan het, Haun. Hoe kom di aan die vraag.”
„Ginds op ’t groote veld te Renigo was een vrouw, die uit ingewanden de toekomst kon lezen. Wie haar een geit bracht, die spelde zij de toekomst uit de darmen van de geit; en wie haar een ree bracht, die spelde zij de toekomst uit een ree. En er kwam zelfs ééns een man, die een kalf bracht en zij liet het slachten en las uit de darmen.”
„Dat is alles bedrog, Haun. Ze deed het om de dieren.”
„Nee meester____’t was geen bedrog. Ik heb de vrouw
een geitje gebracht en zij voorspelde mij, dat ik op reis zou gaan met een koningszoon en zijn bruid en die zullen tot hoog aanzien geraken : De koningszoon zal koning worden en de bruid, koningin! En ’t is tot nu toe uitgekomen ---- och lieve meesteres____ik smeek di____zie
toch even in de darmen en zeg mi of mijn broertje nog leeft
Harimona keek Sogol vragend aan, half besloten om den jongen zijn wil te geven. Maar Sogol keek somber.
„AJs wij zelf de domheid bevorderen____wie zal ze dan
bestrijden?” vroeg hij.
En zich tot kalmte dwingend, zei hij tot Haun:
„Mijn jongen, al kwam wat zij zeide ook uit, toch was
't bedrog. Het gaat bij die voorspellingen zoo____Komen
GERMAMA II.
6