80
„Ik denk, dat hij rechtstandig in den grond staat,” zeide Haun, bemerkend dat de muil spits opstond, alsof het gat de uitgang van 't hol van den draak was geweest.”
„Wat denkt di te doen?” vroeg Harimona aan Sogol, ziende hoe hij vermoeid was van ’t graven.
„Ik wilde wel gaarne hier blijven en den heelen draak uitgraven.... Dan kunnen wij zien hoe hij er uitziet.”
„Maar dat kunt di alleen niet____”
„Haun zal helpen____ en____ en.... als du wilt____
du ook....”
„Met onze handen?”
„Neen, ik zal spaden snijden____”
„En uw koninkrijk?” vroeg Harimona.
Sogol dacht na.
„Het was misschien beter, dat du eerst mannen haalde, die du hielpen ?....” vroeg Harimona.
■ „Dat kan lang duren.... als ’t gaat vriezen is ’t graven
onmogelijk---- en ik weet niet of ik mannen zal vinden,
dapper genoeg om den draak uit te graven____kom____
laten wij eerst eten, rusten en dan ten minste den kop
van het monster uitgraven____”
Harimona maakte vuur en Haun, met een speer gewapend, ging in ’t boschje naar wild speuren. Al heel spoedig kwam hij terug met een haas. die hij den speer door den kop gedrild had, toen ’t dier voor zijn voeten opsprong. Harimona nam haar klein gordelmes en begon het dier te villen. Haun stond er bij en keek nauwlettend toe.
„Heb di zoo’n honger vent?” vroeg Harimona.
„Nee____ ik heb bessen gegeten en nootjes.... ik heb
geen honger____”
Maar omdat hij toch bleef toekijken, vroeg zij weer:
„Wat wil je Haun? Je kijkt zoo vragend----”
Hij kleurde, zag verlegen zijwaarts.
„Er uit er mee, als du wat zeggen wilt!” zei Sogol gewild streng.