79
Sogol steeg af en volgde Haun in ’t kleine boachje. Daar had het instroomende regenwater den grond onder-woeld en uit een kuil, half met water gevuld, stak de kop uit van een draak.
Sogol groef met zijn zwaard de aarde rondom wat weg. Zij was vastgeslikt met het vleesch van den reusachtigen kop. Hij zette de zwaardpunt in den grooten muil van 't dier en trachtte deze open te breken. De kop brak broos vaneen en de scherpe, spitse tanden rolden naar buiten.
„Ga de meesteres halen en de paarden. Ik blyf hier Haunl” zeide Sogol en toen de jongen wegreed in de richting, die Sogol hem had aangewezen, begon deze nu voorzichtiger met zijn zwaard het tot zwartige klompen met den huid en ’t vleesch van den draak gesmij de veen, van den kop af te steken.
Hij was nog bezig den kop vrij te steken, toen Harimona en Haun aangereden kwamen. Sogol voelde zich beschaamd, wist niet wat hij zou zeggen tot Harimona
Zij voelde zijn schaamte en om hem niet te kwetsen zeide zij:
„Misschien is het toch geen draak maar een vreemd groot dier.”
Hij zag haar aan met lichtjes van dankbaarheid en geluk in de oogen.
„Gelooft di dat? vroeg hij nogmaals.
„Het kon toch zijn...”
„Wij kunnen het ten minste onderzoeken... Als hjj levend was geweest, zou ’t minder makkelijk zyn gegaan. Zie dien muil eens. ’K heb er mijn zwaard tot aan den greep ingestoken en nog altijd was ik niet aan ’t keelgat.... Ga eens naast den kop staan Haun... ziet eens... De muil alleen is hooger dan Haun..
„En waar zyn zijn oogen?”
„Ik heb al deze aarde rondom afgestoken, maar ben nog niet aan zjjn oogen toe gekomen...”