66
vleesch verkiezend boven de stukken dierenvleesch...-. gulzig de monden wroetend in 't blauwzwarte dampende vleesch, zoodat langs hun geelwitte baarden rood menschen-bloed traag werd ingezogen en in zwarte, stollende droppels neerbiggelde langs hun bloote, behaarde borsten....
Toen richtte de grijsaard zich op en hun met de vuist dreigend, riep hij.
„Vervloekt, vervloekt zullen de lijkenazers zijn, hier en bij Thius____ vervloekt, vervloekt tot in de eeuwigheid!"
Toen liep hij naar de groote hut achter het bosch, terwijl de kerels, met de beide handen de brokken rauw menschen-vleesch aan den mond brengend, met glinsteringen van genot elkaar toeknikten, knorrend schrapend met de groote, witte tanden in de rookende, bebloede hompen.