46
Hall, Hamm en Hann, de drie gidsen, vonden hun dooden Koning en alle drie weenden.
Hall zeide:
Hier ligt de arme koning dood,
Hy was als rijke koning groot.
Hamm zeide:
Raak over'rijkdom» bergtop heen,
Du zijt voor du het vreet beneén.
Hann sprak:
De rjke roover leeft en sticht een rijk,
Verarmde eerlijkheid, hier ligt uw lijk.
Zij verbrandden hun koning in ’t tempelvuur, dat daardoor uitdoofde en daarmede den laatsten glans van Bedekoog.
Maar op Veloog brandde het havenvuur hoog en de roem van den waardigen koning Mise breidde zich uit met het toenemen van zijn schatten — naar *s werelds loop.