41
Onder „de Heldenmoed,” moesten bedicht worden:
De strgd tegen de roevers,
De tocht naar Renigau,
Het schuurbezock,
De terugtocht.
De daden van koning Mise.
De laatste taak van Pinn was het zwaarste. Koning Mise had het Pinn op 't hart gedrukt, dat deze sproke een heldendicht moest worden, ’t welk zijn naam en zijn daden tot in het verste nageslacht moest doen eerbiedigen... ja vergoden.
„Als de haven van Veloog volkomen uitgediept zal zijn en mijn rijkdommen die van Gise en Maresag samen verre zullen overtreffen, wil ik mij tot de half-goden laten verheffen. Wanneer men schatten genoeg daartoe heeft, kan men op deze wereld zijn aanspraken daarop doen gelden.”
Zoo waren de drie dichters zeer ernstig geworden en dachten na over „De Waardigheid”, „De Eerlijkheid” en „De Heldenmoed”, elk op zijn gebied.
Was koning Gise nauwelijks herkend door zijn burgers, daar hij zoo vermagerd was en waren er zelfs geweest, die hem de toegang tot zijn eilandrijk hadden willen ontzeggen, koning Mise werd, ondanks de toeneming van zijn gewicht en van de waardigheid van zijn voorkomen, dadelijk door alle Velagers als hun koning Mise begroet. De trouwe burgers kwamen hem tegemoet met zang en dans en gejuich en geschenken. Want, de zeegeest, door Harimona daartoe gedwongen had in den zelfden nacht, dat de floord van Bedekoog was verzand, de haven van Veloog geheel uitgediept, zoodat de schepen, die niet meer naar de floord konden varen, nu in de haven van Veloog kwamen ankeren. En dadelijk begonnen de rijkdommen toe te stroomen. Nu zij hun koning zoo waardig zagen naderen, met dertig karren hoogbeladen met pakken en