86
valt daar een gedachte in.... In ’t Brukterenland bij ’t Aardenerwoud vallen ook de hemelsperen vaak.... maar
daar is één kleine tempel, die nog nooit getroffen is----
de tempel van den heiligen eidebaar.... Dicht daarbij staat een hoog, eenzaam ooievaarsnest.... en het heet, dat de heilige vogels, de hemelsperen op 't eigen nest
trekken om den tempel te beschermen____”
Hij sprong op van het leger, wierp de dekpels ver van zich, stond geheel naakt voor haar. Zijn beide vuisten hield hij gebald voor zich uit, deed ze dreigend beven, alsof hij tegen een voor haar onzichtbaren vyand streed.
„Ik heb het!.... ik heb het!----” riep hij met een
heldere stem. „Of gij lange speren in den grond stelt of hooge eidebaarnesten.... het is alles ’t zelfde.... de hemelspeer, komend uit den hoogen, treft ’t allereerst wat het dichtst nabij is... dat is 't hoogste punt... en dat is ’t geheim van uw lange speren ....”
„Zacht, zacht...’’ zei zij, hem met den vinger beduidend minder luid te spreken. „Als Maresag di hoort, zal hij di doen dooden.... Du moet ook niet zoo luid spreken, want
dat geeft dijn woord niet méér overtuigingskracht____
Goed dan, de hemelspeer wordt door 't hoogste punt 't eerst aangetrokken____ maar wie zendt de vurige hemel
speer af? Wie geeft haar zijn verzengende kracht? En wie bracht my in de verrukking de kennis dat de lange speren, de vuursperen zouden aantrekken? Want ik kende den kleinen tempel van den heiligen eidebaar niet."
„Ik weet het nog niet.... maar ik zal het weten.... als ik maar durf.... als ik maar moedig ben.... het zal
altoos zoo gaan____ steekt men moedig den vork in de
poel van Nickelman, dan spietst men den aal wel vast.... De geur van thym en lavendel brengt de verrukking van de herinnering uit de jeugd... misschien ... misschien ...” Hij zweeg, weifelend om de gedachte, die in hem opkwam te uiten.