35
speren aan. Men volgde mijn raad en sedert schieten de hemelsperen langs de aardesperen____”
„Altijd?” vroeg Sogol.
„Neen.... altijd niet----maar vaak.... heel vaak....”
„Dus weder onvolmaakt____ Hoe di aan die ingeving
kwaamt, weet ik nog niet. Ik begrijp ook niet, hoe kruiden verrukking kunnen brengen, hoewel ik weet, ook door mijzelf, dat de verrukking zóó komt. Dè geur vandethym en de lavendel die dijn lieve hand hier strooide, tooverde
al in mijn geest heel mijn jeugd aan moeders zij____Er
is een opwekking van den geest----Ik heb die speren hier
voor de hutten ingeplant gezien----men had mi hun doel
en werkkring verteld----toen heb ik nagedacht____Maar
ik kon de oorzaak niet vinden, waarom zij het hemelvuur afleidden van de hutten, hoewel ik vast overtuigd was, dat het niet de werking van een god is, want welk een dwaze god moet dat zijn, die eerst hemelsperen zendt om de menschen te straffen en dan weer hun het middel geeft
om zijn straf af te leiden____Dat zou zijn, alsof du een
luien dienstknecht tuchtigde, maar te voren hem met een leeren schild bedekte, zoodat hij de slagen niet zou voelen....”
„De bedreiging was wellicht voldoende____en zoo ook
wil de god toonen, dat hij wel altoos de macht maar niet altoos den wil tot straf heeft.... En misschien ook daardoor straft hij vaak ondanks de lange speren____”
„Dat is het onoverwinnelijke bij de geloovigen. Zij beginnen zooals du, met te gelooven en leiden dan alles af en verklaren alles van dat geloof uit____Zóó zou ik nooit den
Nickelman en den tweeboomgeest verdreven hebben....
als ik begonnen was met in ze te gelooven____Neen....
vrij moet men beginnen---- moedig en vrij, los van
gelooven of niet gelooven____ zooals een koning op het
Ding, die de twee partijen aanhoort voor hij recht spreekt, zonder zjjn hart naar een der partijen te neigen.... Mij