had weinig gescheeld of het zou haar zoon niet anders b^b gegaan.... Vertel mij eens, waar is M&resag, dien honger-wolf...”
Zij legde den vinger op haar mond.
„Stil.... hij is in de schuren. Hij weet niet, dat du hier zyt.... hy meent, dat du en den Batouwer beiden op den bodem van den Rin liggen. Als du weer geheel gezond zijt, trek dan met uw kleinen horenblazer terug naar uw land...."
„Waar is de oude priester, die bj mi) was?”
„Hij ie gestorven van den schrik, toen hy, na zelf bevrfld te zyn, di wegvoeren zag naar den stroom.... De Ewarten hebben hem weggevoerd om den lijkdienst te bezorgen. De man wordt in een heilig graf bygezet."
„Arme MystI” zei Sogol eenvoudig.
„Wilt di niet voor hem bidden..."
„Ik bid nooit!”
Zij richtte zich verschrikt op.
„Du.... een prins---- du____T vroeg ze, nog onge-
loovig.
„Neen.... ik bid nooit.... waarom zou ik bidden.... er zyn geen góden.... en er is geen walhalla.... en geen eeuwig heiligdom.... en geen eeuwig leven...."
„Prins.... prins!....” zeide zy en langs haar meew&rig gelaat, kropen traandroppels.
„Hoe lang ben ik bewusteloos geweest?” vroeg hy.
„Toen de Batouwer di op den anderen oever bovenbracbt, is hy met di naar de Wiebers-Riebe geloopen en daar heeft hy di gewreven en geknepen tot du 't water opgaaft uit de maag en even bij dijn zinnen kwaamt. Toen zyt di weer zinloos geworden en toen hy di ’s avonds bij. mi bracht, waart gi nog altoos zin-loos. Ik heb di hier genomen, di met warme doeken gewreven, dyn mondholte schoonge-wasschen en dijn neus van 't slijm bevryd en daarna hebtlu weer water gebraakt. Den ganschen nacht laagt du toen