162
een ding van oudste hertogen en vorsten en die waren hier niet bijeen te brengen. Toen hadden enkelen twist met hem gezocht, maar hij was zeer vaardig op 4e saks en het kortzwaard, zoodat, na zijn zege over drie tegenstanders, men eerbied en vrees voor hem had gekregen.
Harimona had hem voor ’t eerst opgemerkt, toen de zieke Friesche prins voor haar was nedergevallen.
„Heel hem nu, als du godenkracht bezit!'' had hij geroepen. Zij had verbaasd gekeken naar de zijde, vanwaar die oneerbiedige woorden vielen. Maar hij had haar toen in de oogen gezien, met een spottenden trek om den mond en toen ook had zij den scboonen knaap aan zijn zijde opgemerkt, die zij had gewenkt om nader te treden.
Haun was voor heur zetel gaan staan en had heur gevraagd, of zij hem ook zeggen kon of zijn vader, zijn moeder, zijn broers en zijn zusters al weder vrij waren.
„Ze zijn vrij, brave knaap!” had de priesteres geantwoord.
„En wie heeft ze bevrijd?” had Sogol gevraagd, naast den knaap tredend. Voor zij antwoorden kon was Reri, de reusachtige Batouwer op een wenk van Maresag op Sogol toegeloopen en had hem met de punt van zijn kortzwaard willen terugduwen.
„Hond, wat vermeet du di!” had Sogol geantwoord, zyn kortzwaard trekkend en zich tegen de wacht te weer stellende.
Reri had met de oogen bevelen gevraagd van Maresag, die hem wilde gelasten toe te slaan. Maar Harimona had Reri met de hand gewenkt terug te treden en tot Sogol gezegd:
„Wat wilt di prins?”
„Ik wil de waarheid weten, vrouw!” had Sogol geantwoord.
„Ik sprak de waarheid.”
„Du liegt. Hij zelf, de knaap, heeft ze doen vrijkoopen voor ’t loon, dat hy kreeg voor zijn spel!"