161
ziel van domooren, van onmannelijke kinderen, van slaven, slaven, slaven!
Vandaag dan was bet de laatste dag. Nog eenmaal zou
zij zich leenen voor het bedrog____dan niet meer. Want
nog in dit jaar zou zij de haag ontvluchten en ver, ver wegvlieden om rust en vergetelheid te vinden en zich aan den invloed van Maresag te onttrekken.
In de kampen maakte men toebereidselen voor ’t groote afscheidsfeest. De geofferde runderen waren aan de spitten gestoken om gebraden te worden voor de feesttafels. In groote kuipen van eikenhout, met deksels dichtgemaakt en in groote urnen met leem gesloten, was de mede klaargezet, dicht bij de lange tafels. Groote vuren brandden overal, waarboven de steenen potten met meelsoep en wildbraad hingen. En de lage wagen, getrokken door zes witte koeien stond gereed. Na heur laatste duiding, zou zij in den wagen plaats nemen en langs den Answeg tusschen de rijen der lieden door tot den stroom rijden.
Daar, aan den oever van den Rin, zou zij het groote, heilige offer brengen, waarvan ieder sprak en dat toch nog niet bekend was, omdat het geheim gehouden werd door Maresag. Maar al deze lieden, verhit door het lange zwelgen, overprikkeld en fanatiek, verlangden naar de sensatie van een menschenoflfer, zooals dat vroeger gebracht was, voor vele jaren, toen Thius nog de God der góden was geweest.
Sedert eenige dagen waren er in het kamp drie vreemde lieden. Een Nervische prins, een Nervische priester en een Nervische horensteker. De Nervische prins was, zooals die van den Gallischen kant dat vaak zijn, zeer laatdunkend en hij had, toen hy de schatten van Maresag had gezien en de duidingen, voorspellingen en genezingen aan Harimona had bijgewoond, smadelijk gesproken van haar goddelijke bevoorrechting en Maresag voor een vrek en een volksbedrieger uitgescholden. Men had hem daarvoor willen straffen, maar als prins mocht hij alleen geoordeeld worden door
GERMANJA
H