296
HERTOG FRANCESCO
’k Erken, dien fijnen zet heb ’k niet gesnapt. Vergeving mijn gravin, het was heel aardig.
(Hij reikt gravin di Tosca het manuscript nu goed toe, die thans aanvangt het schijnbaar voor te lezen).
GRAVIN Dl TOSCA
’t Doorlucht geslacht heeft eenmaal nog gebloeid,
Om d’ allerzoetste vruchten te vertoonen.
Modena voelt zich fier, nu kwamen wonen,
In hare vest’ wat allen hield gemoeid...
In Pisa, dat van kunsten overvloeit,
Beata, uitverkoren van al schoonen,
Beheerscheres in ’t rijk van tinten, tonen,
Wier kunst en kennis houden ons geboeid...
Gegroet Beata, kind van vorstenbloed,
Neem aan de huldiging der fraaie kunsten,
Die zich verheugen in uw gijzellot,
Want met u gijzelde Modena vroed,
Der Muzen en Fortunas milde gunsten,
Daar schoonheid rijst, den kluisteren ten spot.
DE GASTEN
Bravo ... bravissimo
(toejuichingen, gelach).
GRAVIN Dl AMARA
Dat noem ik fijne satire! 1!