288
UMBERTO
Kijk, kijk, ik wist de vrouwentong was scherp.
Maar dat ze ook tweesnijdend is, dat niet.
GRAAF Dl TOSCA (tot lakei met kaasschotel)
Dat’s Parmezaansch, en dat is lodigiano,
En da’s stracchino... en nog wel in ’t voorjaar, Maar vriendje heb je hier geen gorgonzola?
LAKEI (het blad draaiend)
Heer graaf, hier is nog geitekaas en roomkaas,
Dit’s oude Piemonteesche, die van Capri,
Meer soorten konden wij helaas niet krijgen,
De wegen zijn nog wat onveilig, Heer.
GRAAF Dl TOSCA
Bij ons in Pisa is de gorgonzola,
Bij feesten zooals dit in overvloed,
Jij hebt van kaas, geen kaas gegeten, baas.
(hij neemt een homp kaas van den schotel, bijt er een stuk uit, werpt de homp op den schotel en proest de bete uit. Tot hertog Francesco)
Dat ’s tuig, dat ’s onbelegen goed, ah bah!
Die jonge kaas smaakt me te veel naar lebber.
HERTOG FRANCESCO
Vergeef mij, graaf, ik zal den kok ontslaan,
Het spijt mij, dat hét maal u niet bevalt. ..
GRAAF Dl TOSCA
Heer, nergens eet je beter dan te Pisa,