274
UMBERTO
Dat woord is meer waar dan je zelf vermoedt. GRAAF RENI
Wie heden je in vuur en vlammen zet,
Wordt morgen nauwlijks nog maar opgelet.
’k Begrijp, dat jij dat kamerkatje mint,
’t Is een natuurlijk, frisch en vroolijk kind,
En dat heeft voor ons lieden veel bekoring,
Die steeds gewend aan vormen en vernuft,
Te dikwijls overslaand tot onnatuur,
Ons aan des harten eenvoud laven, als Een drinker soms aan de teug regenwater.
Maar daarom is het water niet te stellen,
Als drank verkoren boven fijnen wijn,
Kleed nu zoo’n volkskind eens in mooie kleeren, En breng haar in het midden van een groep Beschaafde vrouwen, aad’lijk van geboorte,
Dan is ze links, onhandig, plomp en dom,
En toont de keerzij van eenvouds medaille.
UMBERTO
Dat’s theorie — praktijk zou 't anders leeren.
Ik wed, waarom je wedden wilt, dat zij,
Al waar zij heden aan ons feestmaal gast.
Aan edelvrouwen lesjes uit kon deelen.
GRAAF RENI
De weddenschap is aangenomen vriend,
Wij wedden om een Florentijnsche rusting.
UMBERTO
Hier is mijn hand . ..