259
Ik vragen om een kruimpje van uw disch?
Een korstje van uw geestigheids-pasteitjes ?
ELEONORE
O, heeft u Demipho’s sonnet gelezen?
PIA
Dat heerlijke sonnet van Demipho!
LAVINIA
Wij drieën zijn er vol van, Demipho Ach zanger waarlijk bij der góden gratie !
UMBERTO
’t Sonnet van Demipho, welk nummer meent u?
Uit d’ eersten tijd, als hij de vrouwen mint.
Ze roemt de parels aan de kroon des levens,
Of uit den tweeden tijd als hij ze haat,
Dan heeten ze handlangsters van den satan,
Of uit zijn derde . .. bui... dan is het weer, Verachting zijn ze waard, geen greintje meer.
PIA
O neen . .. Wij hebben thans weer zijne gunst herwonnen,
UMBERTO
Den hemel dank.. . dat lucht mij op voor jelui. LAVINIA
In ’t laatst sonnet, zegt hij, vol diep berouw,
Begin en eind, ’t blijft altoos toch de vrouw.
BEATA
En in dien tusschentijd dan moeten wij,