256
BEATA
Pas op mijn kind, hoor naar mijn wijzer woord,
Zoo spreken al die hooge heeren tot ’t Eenvoudig meisje door hen is bedot,
Als hertogin ken ik ze door en door,
En fluistert hij je weer wat in het oor,
Zeg dan — mijnheer, bemoei u met uw stand, Wanneer u minnen wilt, welnu dan mint,
Een dame van uw rang, de hertogin ....
Bedenk wat schoone toekomst ginds je wacht,
Je krijgt van mij een uitzet en een bruidschat,
Mijn vader zal je aad’len en dan ver,
In een vreemd land, waar geen je afkomst kent,
Leef je, alsof je hooggeboren bent.
SIRENETTA
O, wat bent u toch goed, mijn hertogin.
Nu heb ’k reeds recht in Berto niets geen zin!
(Sirenetta af)
Zevende Tooneel.
Umberto. Beata.
UMBERTO
Gegroet Signora ... Reeds in feestkleedij ?
BEATA
Der vorsten deugd bestaat in stiptheid, heer!
UMBERTO
Dank voor uw les — ik wist ze heusch niet meer,
U zijt bekoorlijk — waarlijk zeer bekoorlijk,