Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Titel
Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Jaar
1914

Overig
Verzameling van drie toneelwerken

Pagina's
340



Dan is het kussen, dan weer is ’t bedreigen,

Dan weer beloften, daarna smachtend zwijgen,

Hoe meer ik hem van mij tracht af te stooten, Hoe meer zichzelf hij aan mij op wil dringen.

BEATA

Maar heb je hem dan wel je stand verraden ? SIRENETTA

Dat zeker — en dat ziet hij mij toch aan,

Ik draag toch niet, als u, zoo schoone kleeren,

En geen juweelen en geen parelsnoeren,

Zooeven nog zei ik, mijnheer ik ben,

Niets anders dan een heel eenvoudig meisje,

Mijn moeder is een marktvrouw en mijn vader, Een werkman — ik ben slechts een bloemenmeisje,

BEATA

En wat zei hij?

SIRENETTA

Hij sprak zoo wondervreemd als ik nooit hoorde. Mijn hart, zei hij, wat doet het kleed er toe,

Wat afkomst en wat ouders of geboorte,

Ik zweer je, dat ik je bemin mijn kind,

Geen stand die niet mijn liefde hief,

Ver boven ’s hertogs dochter zelv’, mijn lief.

BEATA

Dus hij zou zelfs een bloemenmeisje trouwen ? SIRENETTA

Met andre woorden liet hij mij dat voelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.