215
LORENZO
Dan roep opnieuw een leger op, en strijd.
BOZZI
Ook dat is niet meer mogelijk, mijn heer,
De condottieri hadden reeds veel moeite,
Om ’t volk te pressen voor den laatsten strijd,
En nu, de oogst is in ’t verschiet, men heeft,
Thans op het land wel alle handen noodig,
Want anders dreigt ons dra een hongersnood.
Derde Tooneel.
Vorigen. Beata.
(Beata komt met een luit op uit een der zijgangen van 't paleis-park.)
BEATA
Neen ’k wil niet meer tokk’len, 'k haat die muziek, Wat zijn die wijsjes allen toch landziekig.
’t Is altijd è... i. .. è... i. .. op één toon,
’k Wil niet meer tokk’len, ik wil, net als ’t volk,
Een vroolijk deuntje zingen, zoo als ’k laatst.
Hier hoorde, toen men in de loggia zong:
(zij zingt)
En mijn liefje staat te wachten,
In het maantje om den hoek.
Maar al is het ook bij achten,
Ik blijf zoek en ik blijf zoek ....
(Zij gooit de luit van zich af, ontwaart heur vader en Graaf Bozzi).
Dat past niet voor een jonge hertogin,