214
LORENZO (drukt hem de hand)
Dank u, mijn vriend, dat waren schoone woorden.
BOZZ1
Maar op den hertog maakten zij geen indruk,
Die met de blikken, zwart van donk’ren argwaan.
Zijn eisch herhaalde en mij tot u zond,
Hij vraagt Beata tot het eind van Mei,
Als gijzelaarster en belooft dat zij Behandeld worden zal met al de eer,
Waarop de dochter van een hertog recht heeft.
LORENZO
Mij dunkt... wanneer wij dan maar koen besloten .. .
BOZZI
Gij stemt toe 1... .
LORENZO
Om ’t heel geschil in eens te doen beslechten.
Ik schenk den hertog van Modena dus Het grensland in het noorden, hoewel ik,
Door brief en acte, duid’lijk kan bewijzen,
Dat het sinds eeuwen tot mijn rijk behoort.
BOZZI
Dat mag niet heer, kan ernstig niet gemeend zijn, Want schenkt gij den Modener ’t eerste stuk,
Dan houdt hij uw grootmoedigheid voor zwakte,
En spoedig zal er weder twist ontstaan,
Als hij zijn grens op nieuw zoekt te verbreeden.
Tot eindelijk gij van uw eigen land Verdreven wordt.... en waar blijft dan Beata?