Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Titel
Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Jaar
1914

Overig
Verzameling van drie toneelwerken

Pagina's
340



213

Hij ook zijn eigen mannen wilde sparen,

En vroeg mij tot den dag des oordeels gijzelaars.

LORENZO

Wie zondt gij hem ?

BOZZI

Dat is het smartelijkste van ’t geval :

Francesco, hertog van Modena is,

De voor'ge maal door ’t veil Venetië Bedrogen, dat hem gijz’laars zond in naam.

Van hooge afkomst, doch die inderdaad,

Het schuim der lazzaroni waren — sinds Wantrouwt de hertog alle gijzelaars,

Ik bood hem aan zelf zijne keus te doen.

Ik wilde zelf mijn eerewoord verpanden,

Maar hij bleef koel en vroeg . . . neen heer, hij eischte, Uw eenigst kind, Beata tot een pand!

LORENZO

Dat is onmogelijk . . .

BOZZI

Hetzelfde zei ik ook. Hoe, vroeg ik hem,

Durft gij een zwak en ziekelijk meisje eischen?

Des hertogs eenigst kind, zijn laatsten troost,

Sinds hem twee zonen door den dood ontvielen?

Zijn oogappel, ’t hart van zijn hart, zijn hoop,

De zonnestraal in ’t duister zieleland?

Dat kunt gij niet, dat moogt gij niet. Waar is De Italiaansche riddereer gebleven,

Sinds maagden men als oorlogsgijz’laars eischt?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.