207
Wel graag het tegendeel van straffen .... zeg.
Wie ben je en wat doen je ouders, meisje?
SIRENETTA
Mijn vader is een werkman, heer, mijn moeder, Verkoopt de beste knoflook van de markt,
LUCIO
En gij?
SIRENETTA
’k Help moeder heer.... en ook verkoop ik bloemen, ’k Draag water aan, ’k doe huiswerk en ik ben Ook zeer bedreven met de naald, mijnheer.
LUCIO
Je schijnt van al dat werken niet vermagerd, t Is toch een wonder, hoe zoo’n arme deern,
Die zwoegt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Er uitziet zooals melk en bloed, terwijl Beata, dochter van mijn heer, den hertog,
Wie alles wordt te kust en keur geboden,
De uitgezochtste spijs, de zoetste drank,
Gepast vermaak en deftig kunstgenot,
Met maagden, die op heure wenken vliegen.
Treurt als een eenzaam duifje zonder doffer,
Droef roedekoet, heur kopje in de vlerken,
Zichzelv’ verveelt, van luim in gril vervalt,
Mijn armen heer, die toch al zorgen heeft,
Den druk verzwaart, doordat zijn eenigst kind,
In lustloosheid verkwijnt... (tot Alfonso) hé vriend,
zeg op,
Zou jij misschien wat minder willen werken ?...