206
SOPHRONA
Wat.... zal je mij beletten om je vaêr,
’t Verdiende loon te geven voor de week?
ALFONSO (vluchtend)
Ik heb geen loon verdiend .... behoud het loon
(hij loopt tegen Lucio aan en blijft ontzet, in deemoedige houding staan).
LUCIO
Halt schelm!...
ALFONSO
Verheven Majesteit, pardon.
LUCIO
Dat is een fraai taf’reel een man, een wijf,
Die voor ’t paleis door vloeken en gekijf,
’t Respect verliezen voor den hertog .... wacht, Daarvoor zal ik je bei doen boeten ....
(hij heft zijn stok op, Sirenetta gaat voor haar ouders staan).
SIRENETTA
Genade heer .... heb medelij.... of zoo Gij slaan wilt, tuchtig mij... .
LUCIO
Ei, ei, mijn kind,
’t Is goed, dat ’k niet verliefd van aanleg ben,
(hij knijpt haar in de wangen) Want anders zou men zulk een meid als gij.