208
ALFONSO
Als ’t kon .... Mijn Heer.... dan graag, heel
graag, als ’t kon,
De week is lang .... zéér lang ....
(hij telt op zijn vingers)
Daar heb je Maandag,
Bij ’t krieken van den ochtend vangt men aan .... Tot Maandagavond .... en dan volgt de Dinsdag .. . Halt.... dat zijn al vier dagen .... tel ik wel...
SOPHRONA (den dronkaard wegdringend)
Gelooft den dronkaard niet.... ziet, hij telt dubbel, De heele week .... heeft hij....
SIRENETTA (haar moeder verdringend)
met vlijt gewerkt,
En banken voor de wisselaars getimmerd ....
LUCIO
Ah zoo — vandaar dat foutje bij het tellen,
En jij, mijn kleine meid, wat zou je zeggen,
Wanneer ik jou eens bij den hertog bracht.
Jou aanbeval als speelgenoote voor
Zijn zieke dochter .... lacht dat je niet toe ?
SIRENETTA
Het is een hooge eer, maar ach wie zal Dan moeder bij het knoflook kruien helpen,
De klanten paaien en de waar bezorgen ....
LUCIO
En als ik dan je moeder ook liet komen,
Haar de eereplaats in ’s hertogs keuken gaf?.. .