205
’k Had reeds mijn buis uit, om fluks aan te vangen, Daar zie ik in de straat en ik ontwaar,
Niets minder schriklijks dan een lijkstoet, vrouwtje,
(hij wijkt uit voor haar slagen). Een lijkstoet op een Vrijdag, wie heeft moed,
Met zoo een dubbel ongelukkig teeken.
Nog aan het werk te gaan .... ik niet.... ik sloeg Een kruis en ben toen naar den naasten hoek, Gegaan, om tot mijn heilige te bidden,
En hem te smeeken, dat hij mij bewaar
Voor ’t gruwlijk lot van d’ armen man, want weet,
Een echtgenoot begroef zijn dierb're vrouw ....
(hij weent dronkemanstranen).
SOPHRONA
En Zaterdag .... waar is het loon van heden ? ALFONSO
Ik wou van morgen werken, toen ’k bedacht.
Dat Zaterdag een ongepaste tijd is,
Want wie begint de week met Zaterdag ?
Zou dat geen heiligschennis zijn, daar toch De kerk de week met Zondag doet beginnen ....
SOPHRONA (slaande)
Hier luilak.... gauwdief.... drinkende scharluin,
Pak aan .... pak aan ....
SIRENETTA
Ach moeder .... moeder .... ach ... houd op, houd op ^zij gaat voor haar vader staan).