204
'k Beloofde vast mijzelf, dat nooit een drop
Van dien verdoemden wijn, ’k weer zou genieten,.. .
SOPHRONADat was met recht een vreemden droom en ’k hoop. Van harte, dat zij werklijkheid moog worden.
ALFONSODat is nu juist het droeve van de zaak,
Verduveld wijf, een droom is maar bedrog,
Doch zoolang hield dat vreemd bedriegen aan,
Dat ’k Donderdag voor Maandag hield en toen, Zooals het bij ons werklui vaak geschiedt.
Wou het maar met mijn werk niet vlotten, vrouw, Het was deez’ week een Donderdagsche Maandag .. . (Lucio is uit het paleis gekomen en hoort de samenspraak. Later Sirenetta).
SOPHRONAJou schelm, jou dief van ’t loon voor vrouw en kind, Vesuvius-neus, het loon .... geef op het loon!
ALFONSO
(uitwijkend voor een slag met den bezemsteel) ’k Was Vrijdag d’ eerste op het karrewei,
Aan één stuk wou ik tot aan ’t eind der week,
Mijn taak volbrengen, om het zoete loon ....
(hij morrelt aan zijn beurs) Zes blanke schijven voor vrouwlief te winnen ....
SOPHRONAHartedief,
Geef op .... waar zijn die schijven ?