Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Titel
Dramatische werken: Medea, De bron der jeugd, De gijzelaars

Jaar
1914

Overig
Verzameling van drie toneelwerken

Pagina's
340



192

En zoo gij ’t niet verstond, smeek niet tot mij.

Maar vraag het haar, dat liefdesmond ’t herhale, Want liefde vindt, wat haat verborgen blijft.

(Hij wijst op Cartolina).

CARTOLINA

Wees gij mijn vader, ik ben dan uw dochter, MAGIËR

Wees gij mijn dochter, ik zij dan uw vader.

Een vader, die ’t geluk zijns kinds wel kent,

Mijn koning hoor, maar nu spreekt niet een smeekling, Doch uws gelijke, want ook ik ben koning,

In ’t verre morgenland ligt mijn groot rijk.

Dat eens een koning uit dees streek verwoestte,

Hij roofde mij het éénigst kind,

(tot Cartolina zich richtend) mijn dochter,

’k Deed afstand van den troon, en zocht mijn ster,

Die mij tot hier geleidde, goede gids,

Daarboven, neem den dank des vaders aan.

Hij heeft zijn dochter eindelijk hervonden,

En kan getroost nu huiswaarts sterven gaan,

KONING

Maar dan is Cartolien van vorstlijk bloed, KONINGIN (tot Magiër)

Uw dochter koning, is mijn zoon dus waardig 1 MAGIËR

O vrouw, niet door haar bloed werd zij prinses,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.