193
KONINGIN
Dus was ’t weer beeldspraak, sluwe toovenaar? MAGIËR
Prinses werd zij, toen z’als prinses zich toonde,
Hoe weinig was het koninklijke bloed,
Verheven, lag zijn waard’ slechts in geboort,
De ware adel rust in ’t hart alleen,
Wat liefde heiligt, dat is nooit gemeen,
Maar waar als hier bij mijn herwonnen dochter,
Des harten adel huwt geboorte adel,
Daar is der menschheid hoogste top bereikt,
(tot Banco)
Mijn zoon, zie hier mijn dochter, z’ is prinses,
Van ’t groote rijk waar ginds de zon opgaat,
Wees haar een trouwe echtgenoot en weet,
Der liefde steunsel heet standvastigheid,
Want zoo alleen brengt liefde ook geluk,
(tot den koning)
Mijn bondgenoot, het oosten huwe ’t westen,
Zoo kome eeuwge vreê te langen leste!
KONING
Eén zij de menschheid in dit jonge paar,
En kome zoo al ’t eedle tot elkaar.
KONINGIN
Vergeef, het woord was werklijkheid en droom,
Ik bid u grijsaard, zegen dezen bond,
(Magiër zegent Banco en Cartolina)
13