190
Geluk aan u, aan mij, aan gindsch jong paar.
En ook geluk aan deze trotsche vrouw.
KONINGIN
Eén woord! Aan één woord hangt ons aller heil ? Noem mij dat woord, ik brand om dat te weten.
MAGIËR
En ik brand om dat brandend woord te uiten,
Dat op mijn ziel ligt en haar schrijnend zengt, Maar eenmaal was ik zwak, verschopte ’t heil,
De wijze zondigt niet een tweede maal.
KONINGIN
Dat woord, ik wil, dat gij dat woord mij zegt, Mijn koning, eisch, dat hij dat woord nu uit.
KONING
Mijn gast, eerwaarde grijsaard, hoor mij smeeken, Een koning smeekt u om dat won’dre woord.
MAGIËR
Een hoogre koning legt mij ’t zwijgen op!
BANCO
O grijsaard, eens bad ik u niet te spreken,
Omdat ik vreesde, dat u ’t leed kon brengen,
Maar nu, zoo 't leed doet, ach heb medelijden!
MAGIËR
Ik ween mijn zoon, maar weenend moet ik zwijgen.