189
Hij neme Banco in genade aan,
Vergeve Cartolien d’ontuchtge vlucht,
Zij blijv’ aan mijne zorgen toevertrouwd.
Van heden zullen beiden zijn gescheiden,
Maar Sire, ons zal deze scheiding binden.
KONING
Geliefde, zie hoe weinig leerd’u droom.
KONINGIN
Neen koning, maar laat droomen, droomen blijven, De werkelijkheid blijve werklijkheid,
Blijv’ alles zoo zich zelf, een prins, een prins,
Met prinsenplichten ook in liefdes stond,
En vondelinge blijve vondeling.
MAGIËR
O God, hoe straft gij mij door dezen mond, Ziedaar o mensch, wanneer uw klein verstand,
Den Goddelijken gang verhaasten wil,
Niet weet, dat deemoed zich door dulden uit.
KONING
’k Begrijp u niet, verklaar uw duistre woorden. MAGIËR
O Koning, 'k volgde dertien jaar de ster,
Die mij tot ’t allerhoogst geluk zou leiden,
Maar zie, het toppunt van ’t geluk nabij,
Was ’k zwak, mistrouwde die zoo vast mij voerde, Deed een gelofte en die bindt mij thans,
Te zwijgen, waar één woord geluk kon brengen.