187
Toen gij als prins dees ring stak aan mijn vinger. KONING
Dees ring — en dezen ring gaaft gij mij toen. KONINGIN
Mij schijnt, wij droomden elk een zelfden droom. KONING
Gij waart ook in mijn droom vol jeugd en liefde,
En bij 't ontwaken was ’k geroerd tot tranen,
Mijn lieve vrouw, wanneer ooit een hard woord,
Zijn schaduw wierp op liefde, die 'k eens zwoer,
Dan bid ik u, vergeef mij allerliefste,
En neem als boete mijn belofte aan,
Dat ik weer zijn zal, die ik was, voortaan.
KONINGIN
Mocht ik gemaal ooit door een bits gedrag,
Of door het wederstreven van uw wil,
Dat harde woord u hebben uitgelokt,
Dan bid ik dat de toekomst en het heden,
U toonen, dat ik bitter heb geleden.
En nu u ’t leven maken wil tot droom.
Van liefde, goedheid en van zelfbetoom.
Zesde Tooneel
Vorigen. Jolly Joker, later Magiër, Banco, Cartolina. SCHOPPEN TIEN
Wij hebben hem ontdekt, hier komt hij aan,
Daar is de toovernaar uit ’t morgenland,