94
viooltjes van Nizza draagt. Daar hebben de heeren een knop in ’t knoopsgat als ze ’s morgens naar hun bureau gaan. Dat moet hier ook komen.
Ik voorspel je, Vllssingen, dat de bloemenhandel in de groote steden in Holland binnen tien jaar een omvang zal nemen, zooals niemand nu vermoedt. Want wij gaan méé in Holland, wij gaan altijd mee, maar langzaam. Als ik het geld had en koopman was, zou ik het nu dadelijk gróót aanpakken. Ik zou Zeemanshoop op den Dam koopen. Dan liet ik het tot den grond af breken en ik maakte er een wintertuin van. Twee groote ruiten aan de straat. De wanden binnen met rustieke tableaux in lijsten van kurkschors en cementwerk. En dan binnen al de bloemen van ’t seizoen. Ik zou naar Nizza gaan om verbindingen aan te knoopen met de bloemisten daar. Ik liet mij eiken dag rozen en viooltjes in ijs verpakt toezenden, zooals je nu visch van den Helder kunt laten komen. Zoo zou ik ’s winters als ’t vroor, midden op den Dam, een tuin hebben als in den zomer. En dan kreeg je de klandizie niet van Amsterdam alleen, maar van ’t heele land. En wie de eerste is en wie éénmaal de klandizie heeft en den naam, die houdt ze .. ."
Treesje, hem volgend in zijn fantaisie, keek straal-oogend naar hem op. Maar Vlissingen, met het gebakkebaard, vierkant gelaat van echt-Amsterdamschen burgerman, niets voelend voor zulke groote zaken op-eens, kalm-nuchter man, die wist hoe moeielijk het is om in conservatief-Holland wat nieuws aan den man te brengen, puurde instinctief het practische uit de fantasterij van den artist. Zoo groot opeens hoefde het niet. Zachtjesaan, dan brak het lijntje niet... En zachtjes-aan, zooals hij van ka-negotie tot een winkeltje in potten en pannen en van dat ééne winkeltje nu er tot twéé kwam, moest hij voortgaan. Nooit zijn vleugels verder uitslaan, dan ze lang waren. Zells geen behoeften van de menschen vooruit loopen maar wachten, tot ze het vroegen. Hij had het beleefd, hoe lang het émail-goed, dat toch werkelijk beter was, had te strijden gehad tegen de kookpotten van aardewerk. En nu nog zeiden de menschen, dat je niet lekkerder stoofde dan in ouderwetsche aarden potten. Nu hadden ze uit Duitschland weer de niewighcid van stoomkokers. Hij had vijf potten in-