Kalverstraat

Titel
Kalverstraat

Jaar
1905

Pagina's
368



Hij zag in zijn verbeelding nu den winkel, den verlaten winket en hoorde het geschreeuw op de Zaterdagavond-markt, zag de venters staan hoog op hun stellages in ’t rosse schaduwvlek -kerige licht der goudwalmige petroleum-fakkels . . . Hij hoorde Japie zijn zoete koeken kwakkend tegen elkaar slaan, zingend boven het volk uit zijn: «Wat benne ze zoet. wat benne ze zoet...»

Half huilend was hij met zijn moeder weggeloopen van het. feest, meegegaan als een op stukjes-draaien betrapten schooljongen, zich zelf aanklagend, bewust wordend van de verwaar-loozing van zijn plicht.

Toen hij van de St. Anthonie sluis in de verte het beginnend geschreeuw hoorde van het marktleven, bleef hij stilstaan.

„Memmele ... ik durf niet verder te gaan . . . Memmele gaat u vooruit. . . mijn hart bonst mij tot me keel ... ik bezweer je, als ik mijn goeie goed niet anhad, sprong ik zóó hier van de sluis om mij te verdrinken in 't water ... ik kan geen stap meer doen ... ik kan den winkel niet meer zien . . . Morgen ben ik toch patroon-af. . . Wat heb ik met de zaak verder te maken ?. . .”

Maar zij nam hem vertroostend bij den arm, suste hem, méé huilend:

„Kom maar, mijn Nathan . . . kom maar, mijn schönkat. . . ze zalle niet an je komme, of ik vlieg ze an . . . dat heb je ervan . . . om zoo’n köj uit te noodigen . . . vraag wat het noodig had. een köj te brengen op een feest van weldadigheid van rèschafte Jidde ...»

„Wat praat u? . . . Ik wou, dat ik een köj was . . . een vloek zeg ik, is het een jid te zijn . . . dat dank ik nou allemaal an mijn jid-zijn . . . had ik ja zijn rede uitgesproken zooals hij hem mij gegegen hét, dan was er niks gebeurd ..."

„Spuck aus . . . Was? Mijn zoon Nathan zou zoo’n riesjes-rede uitspreken . . . Als dat je vader beleefd had! . . . Die had het meteen bestorven ..."

Ze liepen langzaam door de Breestraat, stonden nu in 't geroezemoes der lawaaiige, vergulde avond-markt . . .

„Ik benij ze moeder, die daar staan achter hun stalletjes. . . God gaf, ik stond daar al zoo . . . bedelen zullen wij moeten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.